HUGO KAAGMAN  STENCIL KING
The cover of the PAROOL bijlage 1985, story of the Transvaaltunnel mural. GRAFFITI KUNST IN TUNNEL                       Met grote, ongelovige ogen kijken ze hem aan, de twee jongetjes uit de Transvaalbuurt. "Heeft u dat helemaal gemaakt, tot dáár ??" vragen ze aan Hugo Kaagman. Bewonderend schieten hun blikken door het veertig meter lange tunneltje, waarvan de betonnen muren gevuld zijn met een veelkleurige overdaad aan graffiti, die de sombere plek een veel aangenamere aanblik geven.                De 'eerste staats-graffiti-artiest' noemt Kaagman zichzelf grinnikend. Graffiti - de bij uitstek 'illegale', in het geniep uitgevoerde straatkunst- is in deze tunnel verheven tot 'officiële' kunst: Kaagman opereert in opdracht van de gemeente Amsterdam en van de buurt. Sinds mei werkt hij in de fiets- en looptunnel die onder het spoor door loopt en de Wibautstraat ter hoogte van het metrostation verbindt met de Tugelaweg/Ben Viljoenstraat. Overmorgen is de officiële inwijding van de honderd meter graffiti, getiteld WereJd zonder grenzen. Het is een verwarrende, psychedelische versmelting van oorspronkelijk Hollandse symbolen (Rembrandt, molens, polders, Amsterdam, ME'ers) met die uit de rest van de wereld (een portret van Nelson Mandela, een oerwoud, palmbomen, Egyptische hiëroglyfen, Michael Jackson, Marokkaanse motieven), Een versmelting van culturen, zoals die ook in het dagelijks leven van Amsterdam bestaat. Omdat hier niet sprake is van een vorm van vandalisme - zoals graffiti vaak wordt aangeduid omdat andermans eigendom ermee wordt aangetast- maar de gemeente toestemming verleende, noemt Kaagman zijn werkstuk post-graffiti.   De buurtjongetjes zijn nog lang niet uitgevraagd. Ze willen ook weten of ik degene ben "die Kaagmans graffiti moet goedkeuren en dan geld geeft". En ze vragen aan Kaagman advies: wat moeten zij doen om ook zo ver te komen, want zij kunnen er ook wat van, "Gewoon doorgaan," antwoordt Kaagman eenvoudig. De knulletjes demonstreren Intussen met welke namen ze hun sporen op muren nalaten. Bij gebrek aan spuitbus. tekenen ze met een pen op papier, de tong uit de mond, hun symbolen: de ene noemt zich Trail (de T in de vorm van een palmboom), de andere Ramo (gevat in een explosieve stervorm). Ze kunnen hun teleurstelling niet onderdrukken wanneer blijkt dat Kaagman niet uit de losse hand een portret van Michael Jackson kan tekenen. "Ik gebruik een andere techniek." legt Kaagman uit. Want Hugo Kaagman werkt veel met airbrush en sjablonen, met een modelvorm waarmee hij dezelfde figuren eindeloos vaak op muren kan overbrengen. Het is zijn specialiteit. Wie zich de bouwschutting rond de ingang van het metrostation Waterlooplein herinnert, kent zIjn werk. De schutting, inmiddels weggehaaId, bevatte stukjes Amsterdam, zoals een rij grachtenhuizen, de tekst Werklozen aller landen amuseert u en gaf de route naar het Rembrandthuis aan (de pijl in de vorm van een penseel). Er figureerden ME'ers op, maar ook bekende Nederlanders, zoals ex-burgemeester Polak, koningin Beatrix en de dichter Bart Chabot. Kaagman klaarde dit schutting- karwei destijds voor het buurtcomité - onbezoldigd. Al acht jaar zwerft Kaagman gewapend met airbrush en spuit bus door Amsterdam. Hij behoorde met Dr. Rat, De Zoot, de Kid, en N-power tot de eerste Amsterdamse graffiti-artiesten of -kladderaars. Ze waren met z'n dertigen. Overal kwam je ze tegen, tot verdriet en woede van Amster damse huis-, hotel- of kantoorbezitters. Er was door schoonmakers niet tegen op te werken."De straat is ons museum" was de leuze van deze punkers, die werk ten vanuit galerie Anus in de Sarphatistraat. "Rat was de eerste échte, die álles wat-ie zag volkalkte," herinnert Kaagman zich. Hijzelf was toen al een 'vrij ouwe punk' (23 jaar), maar dat was niet zo vreemd, zegt hij nu, "We probeerden écht een heel nieuwe ideologie uit te dragen.Die kwam neer op: het zelf doen, vechten voor je toekomst, nemen wat je toekomt, doen wat je wilt, dus zonder subsidies. We zegden bijvoorbeeld allemaalonze uitkeringen op. Wat anarchistisch dus." Ze werkten soms onder meerdere pseudoniemen tegelijk om de indruk te wekken, dat het graffiti legertje zich uitbreidde. En ze werden opgepakt als ze gesnapt werden, want volgens de algemene politieverordening en het Wetboek van Strafrecht waren ze in overtreding.  Tegenwoordig is Hugo Kaagman de enige van die graffiti-generatie die nog actief is. Hij noemt zich niet langer Amarillo of Bwana 5, maar gewoon Kaagman. Of Hugo. Hij heeft bereikt waar hij acht Jaar geleden voor begon te vechten: hij is onafhankelijk, leeft van zijn schilderen. Net als zijn vriendin trouwens: Diana Ozon -voorheen Gretchen G.- die kan bestaan van haar gedichten. En inmiddels is de tweede graffiti-golf over Amsterdam gespoeld. Kaagman: "Die beweging van 16- en 17-jarigen die nu als een gek loopt te spuiten verdwijnt ook weer. Maar er komen ook wel goeien uit voort, zoals Shoe." Een maand geleden heeft Kaagman nog een nacht op het politiebureau vastgezeten, nadat hij "nogal vervelend was aangepakt door taxi- chauffeurs met honkbalknuppels". Die hadden hem met een spuitbus bezig gezien bij het metrostation Weesperplein. In de Transvaaltunnel heeft Kaagman daarentegen sinds mei in betrekkelijke rust kunnen werken. En in tegenstelling tot zijn vroegere werk, dat binnen een mum van tijd op de muur moest staan, heeft hij hier maanden over kunnen doen. Waar hij wel op moest Ietten, was zijn voorraad spuitbussen, een schat waarop geaasd werd door de jeugd uit de buurt.    Kaagman: "De rust was betrekkelijk, want de tunnel bleek een heel druk punt. Er komen veel mensen doorheen die willen praten. Als ik echt wilde opschieten, deed ik dat op rare dagen, zoals zon- en feestdagen. Eerst kreeg ik veel reacties in de trant van dat ik gek was, omdat anderen er met een met een spuitbus overheen zouden gaan. Dat gebeurt ook wel, maar dat geeft niet." Kaagman heeft speciaal voor 'mededelingen' aan de oostkant van de tunnel een lege plek gereserveerd, De buurt heeft het werk van Kaagman niet opgedrongen gekregen, maar zelf voor hem gekozen. Vorig jaar november is hij door de gemeentelijke werkgroep KIM (Kunst in Mokum) voorgedragen voor de opdracht de tunnel te beschilderen. Kaagman: "Tijdens het gesprek met het buurtcomité bleek, dat het enige wat de buurt graag wilde was: een anti-racistisch portret. Dat leeft hier heel sterk. De Transvaalbuurt is allang een voorbeeld van 'integratie van mensen uit allerlei landen."  Toen hij in januari de opdracht had gekregen, vertrok Kaagman een tijdje naar Senegal, waar hij denkend aan de Transvaalbuurt schetsen maakte. "Ik zoek bewust een cultuurschok op. Ik ben in Senegal veel sensitiever, doordat de geuren en kleuren daar veel intenser zijn. Daar ben je niet aan gewend, hier in die koelkast. Kunst is hier weggestopt als pseudo-religie, in ivoren torenkerken. In Senegal is het leven veel simpeler, overzichtelijker en functioneert de kunst direct,"  Hij wil trouw blijven aan het ideaal van de eerste graffIti-beweging, dat cultuur moet functioneren. In zijn opvatting wil dat zeggen, dat voorbijgangers in de tunnel iets moeten kunnen herkennen. Hij wil hun Iets 'meegeven'. Hij wijst op een stuk tunnel waar hij de tekst Fight Apartheid (Work together for survival) heeft neergezet. Tussen de woorden zien we een boksende zwarte. Het is Orlando Wiet, Thai- bokskampioen van de Transvaalbuurt. Kaagman: "Orlando loopt 'hier steeds met een handdoek om de schouders op weg naar de training langs zichzelf."    Er zijn scenes die de voorbijganger moeten herinneren aan de honger in de wereld, of aan het feit dat Mandela nog steeds gevangen zit. In de tunnel is ook de Westertoren en de Mozes en Aaronkerk te zien, net als de ingang van een moskee of de schitterende motieven die voorkomen op het Marokkaanse tegelwerk van grafzerken. De grote letters die samen het woord Transvaal vormen, heeft Kaagman op dezelfde uitbundige manier versierd als Afrikaanse trucks. Kaagman: "Transvaal betekent voor mij tocht naar goud; Het is een mooie naam. Er moeten trouwens hoognodig wat straatnamen In deze buurt veranderd worden: Ben Viljoen bijvoorbeeld was één van de uitvinders van het walgelijke apartheidsysteem."   Ook komter weer een stuk zebra in voor, een handelsmerk van Kaagman dat hij ook op de gevel van Anus heeft aangebracht. "Ik werk erg intuïtief; pas na afloop denk ik na over waar het vandaan komt. Een zebra is blank en zwart. Het hele leven zou een samengaan moeten zijn." Kaagman heeft zich door de tekenaar M. Escher laten inspireren bij zijn metamorfose van rechthoeken in vliegende haaien. En hij heeft een paar zwevende velletjes geschilderd, die nog wit zijn en waarvan hij hoopt dat de buurt er poëzie op kwijt wil. Deze laatste week is hij druk bezig de muren nog metkleine details aan te vullen. "Ik wil, dat mensen hier uren kunnen stilstaan. Dat doen ze al. Een bejaarde man, die niet zo snel kon lopen, heeft me bedankt dat-ie tijdens het stilstaan plaatjes had om naar te kijken." CATHERINE VAN HOUTS  (PAROOL, 1985)