HUGO KAAGMAN  STENCIL KING
Hokusai: de Grote Golf en een berg     Een enorme golf spat omhoog. Roeiers proberen hun boten in evenwicht te houden, op deze kolkende zee. T och zijn de grote golf en de kleine roeiers niet het belangrilkst op deze prent. Het ging Hokusai om de berg op de achtergrond: de berg Fujiyama. De Grote Golf is namelijk een prent uit een serie van 36 gezichten op de Fujiyama. In die serie is de berg steeds vanaf een andere kant afgebeeld, van verschillende afstanden, bij wisselende weersomstandigheden en steeds op een ander moment ván de dag. Hokusai maakte de Fuji-serie tussen 1830 en 1832, hij was toen de zeventig al gepasseerd. Soms liet hij de berg de hoofdrol spelen. tekende hij hem helemaal, groots en duidelijk zichtbaar. Soms ook is de Fujiyama naar de achtergrond geschoven, zoals bij de Grote Golf  Hoewel op deze prent alleen de (besneeuwde) top van de berg te zien is, is de vorm duidelijk: een kegelvorm, met een stompe top. De berg Fujiyama is een uitgedoofde vulkaan, meer dan 2700 meter hoog en met een krater van 600 meter doorsnee. Voor de Japanners was, en is, de Fujiyama heilig. Wie in de eerste nacht van een nieuw jaar over de berg droomt, gaat een gelukkig jaar tegemoet. Een droom over de Fuji is een gunstig voorteken.  Hokusai kon niet genoeg van de dode vulkaan krijgen. Hij breidde de serie van 36 uit, met nog eens tien gezichten op de berg. In 1834 begon hij met het maken van drie boekjes over hetzelfde onderwerp: Honderd gezichten op de berg Fujiyama.   Kaagman: de Grote Golf en een meeuw  Meer dan 150 jaar later gebruikt Hugo Kaagman Hokusai's Grote Golf voor een schilderij. Hij liet het een en ander weg: de berg en de roeiers, en hij voegde iets toe: een vliegende meeuw. In twee kleuren maar, is het doek gespoten in de airbrush-techniek, blauw en wit. Maar nuances in het blauw zijn er genoeg. De techniek met het fijne verfspuitje maakt dat subtiele kleurverschil mogelijk. De verwaaide wolken in de lucht zijn gespoten in de boogvorm van de Grote Golf.  De golf zelf heeft strakke contouren, hij is gemaakt met een sjabloon.  Onder de dunne, gespoten laag zijn dikke verfstrepen te zien. Kaagman heeft die eerst met acrylverf op het doek geschilderd. Hij heeft de horizontale strepen er nog extra laten uitspringen door de bovenkant van de golvende lijnen wit te spuiten. Ze versterken het idee van golven en wolken.  De meeuw, die er bij Hokusai niet is, vliegt op een diagonale lijn in het schilderij die je (in gedachte) van links-onder naar rechts-boven zou kunnen trekken. Zo ontstaat in het schilderij een beweging naar boven. Bij Hokusai's Grote Golf is de richting in het schilderij heel anders: de krul van de golf wijst naar beneden, naar de Fujiyama.   Een Japanse golf in airbrush  Kaagman vindt veel inspiratiebronnen voor zijn werk buiten Europa. Hij maakte reizen naar Afrika en Azië. De eenvoudige patronen in de kunst die hij daar zag, werden voor hem een voorbeeld. Met spuitbus, airbrush en sjabloon wilde hij die eenvoud en herhaling van steeds dezelfde vorm bereiken.  Vanaf 1980 gebruikte Kaagman veel Arabische motieven. Moorse mozaïeken zag je in zijn werk terug. Maar toen hij in 1983 een 60 meter lange schildering maakte op de Waterloopleinschutting - de schutting die om het bouwterrein stond van het Muziektheater in Amsterdam -, gebruikte hij veel meer buitenlandse vormen: Egyptische hiëroglyfen, zebramotieven, Chinese karakters.   Deze vormen gebruikt hij nu nog.  De laatste jaren werkt Kaagman vooral met Chinese en Japanse voorbeelden. Aan Chinees porselein ontleent hij nieuwe decoratievormen. Sinds drie jaar werkt K.aagman met een nieuw formaat. vierkant. De doeken die hij maakt zijn allemaal 1 m2  groot en zou je kunnen zien als tegels van een mozaïek. Dezelfde afbeelding zou herhaald kunnen worden. In het geval van Hokusai's golf heeft Kaagman al eens zo'n 'mozaïek' gemaakt: op een Berlijnse muur spoot hij ooit een aantal golven naast elkaar en, zo zei hij zelf, 'de golf rolde door'.  Maar een serie rollende golven, of één Japanse golf, betekent voor Kaagman niet dat op dat water gevaren moet worden. Hokusai's bootjes zijn verdwenen, een vogel vliegt met de golf mee. In de titel die het schilderij heeft, adviseert de Amsterdamse 'spuitbuskunstenaar' ons ook mee te vliegen op de Grote Golf: Fly Hokusai! .
Hokusai    De grote golf bij Kanagawa (ca. 1831)   houtsnede, kleurendruk, 25,4 x 37,5 cm  Hugo Kaagman   Fly Hokusai ( 1987) schilderij, acryl op doek, 100 x 100 cm
  Hugo Kaagman werd geboren in 1955, in Haarlem. Hij verhuisde naar Amsterdam en werd daar een van de eerste punkers Hij tekende en schilderde op de muren van de stad. Met spuitbus en sjablonen bewerkte hij menige gevel, schutting en bushokje Kaagman vond dat kunst (zijn kunst) voor iedereen toegankelijk moest zijn. de afbeelding goed herkenbaar, de plaats voo r iedereen zichtbaar. Sandberg (gewezen directeur van het Stedelijk Museum) had ooit gezegd 'Ideaal is het als de kunst de straat op gaat en musea overbodig worden' Deze stelling werd door Kaagman in praktijk gebracht. Hij maakte in 1981 - illegaal -drie spuitbusschilderingen van Vermeer's melkmeisje op de buitenkant van het Rijksmuseum Kaagman, inmiddels ruim de dertig gepasseerd, heeft graffiti, straat en spuitbus vervangen door doek, galerie en airbrush. Hij exposeert regelmatig en zijn werk is in bezit van o.a. het  Groninger Museum, Stedelijk Museum,  Fodor en het Amsterdams Historisch Museum.
  Katsushika Hokusai (spreek uit; Hók- sai) leefde van 1760 tot in 1849 Hij werd geboren in Edo (nu Tokyo) en woonde daar bijna zijn hele, lange leven. Toen Hokusai 14 jaar was, werd hij leerling houtsnijder hij sneed andermans tekeningen in houtblokken, zodat ze gedrukt konden worden. Vanaf zijn zeventiende maakte hij zijn eigen  ontwerpen voor houtsneden. Allerlei prenten, tekeningen en schilderingen maakte  Hokusai: landschappen met zeeën, bergen, vogels en bloemen, maar ook boekillustraties voor bijvoorbeeld kookboeken. Tot  aan zijn dood heeft Hokusai doorgewerkt. Maar tevreden was hij nog niet.  Hij schreef  namelijk: 'Pas als ik honderd ben zal ik echt een uitstekend niveau hebben bereikt!'.  Meer dan 80 van zijn prenten zijn in bezit  van het Rijksprentenkabinet.     
Rijksmuseum Kunstkrant 1991  Judikje Kiers