HUGO KAAGMAN  STENCIL KING
Stichting Sphinx Art Productions organiseert in het voorjaar van 2005 in samenwerking met Arti et Amicitiae de beeldende kunsttentoonstelling Uit de Landen van de Ondergaande Zon; hedendaagse beeldende kunst uit Marokko en Nederland. Rode draad van de tentoonstelling is dat de deelnemende kunstenaars allen raakvlakken hebben met zowel Nederlandse als Marokkaanse hedendaagse beeldende kunst. Drie ‘typen’ kunstenaars exposeren hun werk. Nederlandse kunstenaars die in hun werk een raakvlak hebben met Marokko, zoals Hugo Kaagman, Aline Thomassen en Guido Lippens. Zij hebben alle drie op eigen manier werk gecreëerd dat in kleur en gebruik van vormen de Nederlandse en Marokkaanse/Arabische wereld bij elkaar brengt. De tweede categorie wordt gevormd door kunstenaars met een dubbele culturele achtergrond; Marokkaans en Nederlands. Binnen deze groep bestaat grote diversiteit. Een deel woont en werkt al decennia in Nederland, een ander deel is hier geboren en getogen. Latif Aabdaoui en Nour Eddine Jarram groeiden allebei op in Marokko en studeerden af aan de Ecole des Beaux Arts in Casablanca. Een beurs van de Marokkaanse overheid stelde hen in staat om naar Nederland te gaan.  Daar kwamen ze in aanraking met de westerse schilderkunsttraditie. Het andere deel van deze groep Marokkaanse Nederlanders bestaat uit Rachid Ben Ali en Wafea Ahalouch el Keriasti. Deze beide kunstenaars zijn voorbeelden van een nieuwe generatie Nederlandse kunstenaars met een dubbele culturele achtergrond.
De Volkskrant vrijdag 25 maart 2005 Beeldende Kunst Delfts blauw versus oosters mozaiek Uit de landen van de ondergaande  zon. In Arti Amsterdam i.s.m. Sphinx Art Productions. T/m 24 april 2005.  Oprijzend uit een mozaïekvloer kijkt de Rotterdamse humanist Erasmus - het woord Ajax als een vloekend aureool om zijn hoofd gedrapeerd - minzaam neer op drie gesluierde vrouwen, die zich gevlijd hebben voor een paar Amsterdamse grachtenpandjes. In de wolken zweeft een Delfts blauw tegeltje met het portret van Théo van Gogh, pal boven het tegeltje  bevindt zich een oosters geklede man met een zwaard. In de hemelsblauwe lucht verwordt het woord taliban door de combinatie met Von Dutch en Ajax tot een onschuldige merknaam. Het in een Delfts blauwe kleur gedrenkte schilderij Verlichting van Hugo Kaagman belichaamt zonder meer de meest letterlijke ontmoeting tussen Nederland en Marokko op de tentoonstelling Uit de landen van de ondergaande zon in Arti et Amicitiae, in het kader van de 400 jaar betrekkingen tussen beide landen. Éerder dit jaar ging in De Nieuwe Kerk al Marokko - 5000 jaar cultuur open, kwam het Cobra Museum met een groot overzicht  van Rachid Ben Ali en presenteerde het Wereldmuseum Rotterdam Marokko: kunst & design 2005. De legitieme vraag is natuurlijk in hoeverre het criterium nationaliteit een kwalitatief interessante tentoonstelling oplevert. Het Rotterdamse museum wist die valkuil niet te ontlopen: een strengere selectie van de kunstenaars was geen overbodige luxe geweest. Arti pakt het slimmer aan. Met het werk van elf Marokkaanse, Nederlands- Marokkaanse en Nederlandse kunstenaars worden geografische grenzen bewust bui tenspel gezet. Sterker nog, wie per se een bepaalde nationaliteit in de werken wil zien, wordt onmiddellijk afgestraft. Zo oogt het werk van Guido Lippens met zijn mozaïekachtige patronen vele malen Arabischer dan de symbolische abstractie van zijn Marokkaanse collega Mustapha Boujemaoui. In die zin hebben de autochtone Nederlanders een enigszins ondankbare rol in deze tentoonstelling, hun werk lijkt ons met name bewust te moeten maken van onzinnige aannamen over' Arabische' en 'westerse' kunst. Iets waar jonge Marokkaanse kunstenaars als, Mohammed El Baz (1967) en Mounir Fatmi (1970) zich duidelijk allesbehalve mee bezig lijken te houden. De ruimte die El Baz in Arti omtoverde tot één grote installatie van videokunst en fotoprints, compleet met een in zwarte verf druipende slogan op de muur, is in die zin inwisselbaar met het werk van tal van andere hedendaagse kunstenaars. Mounir Fatmi is een van de uitblinkers in Arti. Op intrigerende wijze snijdt hij in verschillende media politieke en existentiële thema's aan. Zoals de serie fotoposters waarin boeken als explosieven op lichamen zijn geplakt. In het gevaar van de letter en de macht van kennis die mensen met zich meedragen schuilt de aanzet tot, destructie. Een soortgelijke gedachte sijpelt uit de van videobanden nagebouwde skyline van Manhattan inclusief de Twin Towers. De banden doen direct denken aan de schimmige videoboodschappen waarin Bin Laden de Amerikanen de Heilige Oorlog verklaarde. Ook het verstilde werk van de jonge Marokkaans- Nederlandse Wafae Ahalouch el Keriasti, in 2003 winnares van de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst, graaft met op krantenfoto's gebaseerde zwartwit schilderijen in de actualiteit en religie. Dat laatste koppel vormt dan ook min of meer de rode draad in een diverse tentoonstelling, die meer weet te bieden dan louter een nationaliteit. Xandra de Jongh 
2005 Landen van de ondergaande zon  Art et Amicitiae, Amsterdam, NL
MAROKKO - NEDERLAND 400 JAAR
Kaagman (1955) liftte in 1972 voor het eerst naar Marokko. In 1977 verbleef hij voor enige tijd in Fez waar hij in de vorm van een kunstboek het gebied rondom zijn geliefde poort van Bab Boujeloud in kaart bracht. Kaagman: “Die poort is de ultieme culture clash, met aan de ene kant de Westerse wereld en aan de andere kant de Middeleeuwen, de authentieke Arabische stad, de medina. Ik kende iedereen en ik vond het interessant om te zien hoe mensen door die poort gingen, alsof ze in een tijdmachine belandden. Ik ben van mening dat kunst alles kan zijn, een happening, een environment, een installatie. Wat ik in Fez zag was de ultieme ´readymade happening´. Het bestond dus al! Het liefst bouwde ik de Bab Boujeloud na in Nederland!”   Een jaar na zijn verblijf in Fez ging Kaagman weer naar Marokko, nu voor de patronen. Tot die tijd was hij vooral bezig geweest met graffitikunst en combineerde hij elementen uit de punk- en de reggaecultuur in zijn werk. Hij werkte met sjablonen, zoals hij dat later ook zou doen met de Marokkaanse patronen die hij van tegels overtrok om ze vervolgens te verwerken in zijn collages en schilderijen. Later ging hij op zoek naar patronen in eigen land en stuitte hij op het Delfts Blauw, dat hem bekend maakte. Hij begon iconen te combineren met het Marokkaanse concept, alles in blauwwit. Kaagman is geïnspireerd door MC Escher, de man die de Marokkaanse patronen ontdekte, en hij heeft groot respect voor de Marokkaanse ambachtslieden. Over zijn kunst: “Ik ben niet bezig met shockeren, ik schilder Theo van Gogh omdat de moord me bezighoudt. Het liefst was ik nu teruggegaan naar de Bab Boujeloud om de Poort 27 jaar na dato te filmen met de verborgen camera. Toen dacht ik dat de gesluierde vrouw een verdwijnend iets was, dat het net als de klederdracht van Volendam gedragen werd voor de toeristen. Nooit verwacht dat het zo’n wereldissue zou worden!"